Dit is een site voor studenten van de Open Universiteit. Voordat je een vraag kunt stellen moet je even een account aanmaken (dit systeem is niet gekoppeld aan je OU studentnummer en wachtwoord).

Welkom bij het vraag- en antwoord systeem van de onderzoeks-practica van de studie psychologie bij de Open Universiteit.

Houd er, als je een vraag stelt, rekening mee dat je de richtlijnen volgt!

Hoe weet ik of ik een groep moet recoderen?

0 leuk 0 niet-leuks
Ik ben nu bezig met het maken van de proefopdracht bij Thema 6 ( kantoorruimte en werkklimaat)

Ik zie in opgave 6.3.4 dat ik de AVONA toets en de regressie toets wel juist heb uitgevoerd en mijn conclusie correct is, echter ik heb de 8 groepen niet gerecodeerd, het antwoord geeft aan dat dat wel moet, omdat er te weinig respondenten zijn per groep (eentje met 4) wat is een acceptabele grens om toch de test met de originele variabelen door te zetten, en is het toeval dat er altijd 3 groepen worden geherdefineerd ( leeftijd in 2 groepen, kantoorplekken in 3 groepen) of is dit toeval en mag je b.v. ook voor 4 kiezen?

 

Groeten Dorina
gevraagd 23 september 2015 in Kwantitatieve Data Analyse (KDA) door Dorina79 (140 punten)

1 Antwoord

0 leuk 0 niet-leuks
Hercoderen is altijd een kwestie van maatwerk, dus helaas is er geen hele duidelijke richtlijn. Wel een aantal handvaten:

-Wanneer je veel groepen gaat vergelijken (eigenlijk meer dan 4) en de groepsgrootten lopen tussen die groepen  erg uit elkaar dan is hercoderen meestal een optie om te overwegen. Als er slechts enkelingen in een groep zitten, dan is een vergelijking op die groep eigenlijk niet zo zinvol. Wat dan 'enkelingen' zouden zijn hangt een beetje van de totale steekproefgrootte af, maar in het kader van power richt men toch meestal op minimaal 20 waarnemingen per cel.

-Tot hoeveel groepen wil je hercoderen? Dat hangt af van de theoretische verdedigbaarheid. Als om welke reden dan ook leeftijd van intervalniveau teruggebracht moet worden tot categorieen dan is het zelden te verdedigen om meer dan twee categorieeen te maken (relatief hoog/laag). Echter, als je in je onderzoek hard kunt maken dat er duidelijke leeftijdsgroepen zijn die zich anders kunnen gedragen (pre-pubers, pubers, jonge adolescenten), dan zijn meer dan twee groepen weer zinvol. Je mag dus zoveel groepen kiezen als je wilt, rekening ermee houdend dat je niet teveel groepen definieerd om een zinvolle ANOVA op te doen, er genoeg mensen in iedere groep zitten voor voldoende power, en dat de nieuwe groepsindeling theoretisch te verantwoorden is.
beantwoord 24 september 2015 door Ron Pat-El (27,690 punten)
...